Haplophthalmus montivagus

Nederlandse naam: Kalkribbel

System-Map-icon

Kalkribbel

Beschrijving:

Een kleine witte tot crèmekleurige pissebed. Het lichaam is bedekt met lengteribbeltjes, waarmee de soorten, net zoals Veenribbel, goed te onderscheiden zijn van andere Trichoniscidae. De lengteribbeltjes zijn bij Klei- en Kalkribbel meer uitgesproken en “hoger” dan bij Veenribbel. Het oog bestaat uit één zwarte ocellus. Er staan twee bultjes op het derde pleoniet. Deze knobbeltjes zijn duidelijk te zien in het veld met een loepje. Kleiribbel en Kalkribbel zijn enkel van elkaar te onderscheiden op basis van de mannetjes. 3 – 4 mm.


De endopodiet van de eerste pleopood van het mannetje bij Kleiribbel heeft een spitse top terwijl deze bij Kalkribbel stomp en enigszins verbreed is. Mannetjes kunnen verder ook op naam gebracht worden door naar de carpus en propodus van de zevende poot te kijken. Kleiribbel heeft een zeer kenmerkende, enigszins haakvormige en rechtopstaande stekel op de zijkant van de carpus. Op de merus staat een omgebogen stekel in de richting van de carpus. Kalkribbel heeft op de carpus een knobbel met ruige borstels zonder kenmerkende stekel. Op de merus staat een rechtopstaande stekel.

Habitat:
Kalkribbel wordt zowel in natuurlijke en half­natuurlijke habitats als in bebouwde omgeving aangetroffen. In vergelijking met Kleiribbel komt de soort quasi niet voor in open landschap en meer in bebouwde omgevingen dan in natuurlijke habitats. Zeker in de leemstreek is Kalkribbel zeldzaam in natuurlijke habitats. In bebouwde omgeving zit de soort voornamelijk in parken, tuinen, kerkhoven en wegbermen in dorps- en stadskernen. In natuurlijke habitats komt Kalkribbel wel veel meer voor aan de oevers van stromend water en dan steeds in loofbos. De soort kan ook gevonden worden in loofbos zonder beken of grachten in de nabijheid. In Engeland is de soort aan kalk gebonden, maar in België lijkt dat patroon minder duidelijk. Het is wel mogelijk dat de soort aan zijn noordelijke verspreidingsgrens meer aan kalkrijke microsites gebonden is zoals het talrijk voorkomen op kerkhoven aangeeft. Kalkribbel wordt zelden samen met Kleiribbel aangetroffen. De beste manier om de soort te vinden is door het omdraaien van dood hout en stenen in vochtig boshabitat. Ook door het zeven van strooisel en het laagje aarde onder dood hout en stenen kan de soort gevonden worden.

Verspreiding in België:

Algemeen in het zuiden van het land, ontbreekt nagenoeg volledig ten noorden van de leemstreek.

EN:

Common in the south of the country, almost absent north of the loam region. Reaches his north western border in Belgium. Wet forest species, occurring under stones and in the soil near forest streams. In contrast to H. mengii, H. montivagus can be very common in anthropogenic environments, especially at the northern border of its distribution.

FR:

Commun dans le sud du pays, presque absent au nord de la région limoneuse. Atteint sa limite nord-ouest en Belgique. Espèce des forêts humides, présente sous les pierres et dans le sol près des ruisseaux forestiers. Contrairement à H. mengii, H. montivagus peut être très commun en milieu anthropique, en particulier à la limite nord de sa distribution.

Verspreiding in buurlanden:
Kalkribbel komt voor in West- en Centraal-Europa en bereikt in België zijn noordwestelijke grens.

Literatuur:
Gruner (1966), Hopkin (1991), Berg & Wijnhoven (1997), Lock (2007).

Afdrukken E-mail

© 2014-2020 - Spinicornis.be