Trichoniscus alemannicus

Nederlandse naam: Alpien paars drieoogje

System-Map-icon

Tpus-prov GeAr 20141207 102559 8266

Beschrijving:

Paarse drieoogjes zijn kleine glanzende roodachtig tot paarsbruine pissebedden. Het oog bestaat uit drie ocelli die een driehoek vormen. De bovenste ocellus is vaak wat groter dan de andere twee. Door de zwarte omranding lijken de ocelli wat samengesmolten tot een vlak. De ocelli zijn minder uitpuilend dan bijvoorbeeld die van Oeverpissebed. Het lichaam is nagenoeg glad met enkel verspreide minuscule haartjes. De drie soorten zijn qua uiterlijke kenmerken identiek aan elkaar. De flagel van de antenne bestaan uit een niet te onderscheiden aantal leedjes. De poten en antennen hebben dezelfde kleur als het lichaam, wat in het veld één van de onderscheidende kenmerken is met Wijnrood pissebedje. 3 – 5 mm.

Mannetjes kunnen betrouwbaar op naam gebracht worden door de exopodiet van de eerste pleopood te onderzoeken. De exopodiet van de eerste pleopood van het Gewoon paars drieoogje is smal zonder bultige verdikking aan de aanzet. Deze bultige verdikking is duidelijk aanwezig bij Verborgen paars drieoogje. Bij het Alpien paars drieoogje is de exopodiet van de eerste pleopood na de verdikking uitgesproken ingebocht.

Habitat:
Drie van de vijf locaties betroffen vochtige loofbossen op rotsige ondergrond, langs de oevers van kleine beekjes in diepe valleien tussen de rotsen. Alpien paars drieoogje werd daarbuiten eenmaal aangetroffen aan de beboste oever van een beek in open landschap maar deze locatie bevond zich op 1,5km van een locatie in vochtig loofbos. In de Hoge Venen is de soort gevonden langsheen een beekje met Zwarte els (Alnus glutinosa) als dominante boomsoort. De soort lijkt vrij goed bestand tegen zuur habitat. De locaties bevonden zich op een hoogte van 100m, 300m (3 locaties) en 600m. Op de meeste locaties werd de soort gevonden in de nabijheid van menselijke ingrepen in het landschap, zoals een spoorwegbrug, parkeerterrein, autoweg, een kerkhof en bewoonde omgeving. Het is onduidelijk of de soort in België reeds lange tijd van nature voorkomt of dat de soort meegelift is met menselijke activiteit. Aangezien de soort klein is en er voldoende exemplaren ingezameld moeten worden voor microscopisch onderzoek, geeft het zeven van strooisel de beste kans om de soort te vinden.

Verspreiding in België:
Zeer zeldzaam en enkel in het zuiden en oosten van het land. De soort werd pas in 2015 voor het eerst in België waargenomen en er zijn slechts vijf gekende locaties in ons land.

EN:

Very rare and only in the south and east of the country. Only known from five populations. A species from humid forest often found along small forest streams on rocky soils. Above 100m and even 600m height. Seems to be tolerant for acid soils.

FR:

Très rare. Uniquement dans le sud et l’est du pays. Seulement cinq populations connues. Espèce de forêt humide souvent trouvée près des petits ruisseaux forestiers sur sol rocheux. Au-dessus de 100m, voire de 600m d’altitude. Semble tolérer les sols acides.

Verspreiding in buurlanden:
Een Centraal-Europese soort die voorkomt in België, Oost-Frankrijk, Zuidwest-Duitsland, Zwitserland en Noordwest-Italië.

Literatuur:
Vandel (1960, 1962), Gruner (1966), De Smedt et al. (2016b).

Afdrukken E-mail

© 2014-2020 - Spinicornis.be